Categorie archieven: Vrij werk

Blauw/groene tegels – ESKAF

ca. 1920 (ontwerp)

geglazuurde keramiek, 10×10 cm

Een serie van twaalf tegels , met de voor Krop de typische weergave van mens- en dierfiguren.
De figuren zijn geplaatst ineen driehoek die wordt gevormd door groene meanders. In deze driehoek zijn om de voorstelling verschillende abstracte figuren in geel aangebracht. De blauwe figuren hebben de volgende voorstellingen: een  jager met hond, een man leunend op een schop, een man met een zeis, een man met een ploeg, een zaaiende man, een man met pikhouweel/schop, een raaf, een geit, een salamander, een egel, een eekhoorn en een uil. Daarnaast zijn er enkele tegels waarin de driehoek geen figuur is geplaatst, maar geheel groen is ingevuld.

Een aantal van de tegels zijn opgenomen in de collectie van het Stadsmuseum in Steenwijk. Deze zijn afkomstig van de gevel van het pand Alberda te Steenwijk.

foto: ESKAF, Wim Spitzen-Antoine Verschuuren

bron: Hildo Krop en zijn ontwerpen voor de ESKAF, Wim Spitzen/Antoine Verschuuren – ICK, 2009

V 144 – Vrouw met vogels

verblijfplaats onbekend

ca.1950

foto: artnet

palmhout op voetstuk van rood teakhout, 53 cm (beeld) / 6 cm (voetstuk)

Dit houtsnijwerk uit een palmhouttak is een beeld met hetzelfde uitgangspunt als ‘De Vlucht der Gedachte’ (V 103) : een vrouwenfiguur waarbij symbolisch haar gedachten als vliegende vogels het hoofd verlaten.

V 21 – Verlangen

verblijfplaats onbekend

1918 of vroeger

palmhout, ca 35 cm

Een achterover hellend figuur, die gedurende de tijd van de Eerste Wereldoorlog naar een nieuwe vredige wereld reikt.

De enige afbeelding van de vroege houtsnijwerk  van Hildo Krop is te vinden in het maandblad Wendingen, 1e jaargang, september nummer. Of dit werk nog bestaat is niet bekend.

Koe – Steenwijk (ESKAF – modelnr. 109)

Hildo Krop Museum

ca. 1920

geglazuurd aardewerk, 14,8 cm.

Bijzonder tussen de schalen, potten en vazen van Hildo Krop, die hij ontwierp voor de ESKAF in Steenwijk, zijn de kleine plastiekjes van dierfiguren. Antoine Verschuuren schrijft in ESKAF Eerste Steenwijker Kunst- en Aardewerk Fabriek 1919-1934: “… Deze beeldjes zijn uitzonderlijk te noemen, zeker wanneer we ze vergelijken met de plastiekjes die eind jaren twintig in Gouda op de markt kwamen. De figuurtjes van Krop zijn veel plastischer en lijken eerder kleine beeldhouwwerkjes.”

bron: ESKAF Eerste Steenwijker Kunst- en Aardewerk Fabriek 1919-1934

Hertje – Steenwijk (ESKAF – modelnr. 106)

Hildo Krop Museum

ca. 1920

geglazuurd aardewerk, 6,2 cm.

Bijzonder tussen de schalen, potten en vazen van Hildo Krop, die hij ontwierp voor de ESKAF in Steenwijk, zijn de kleine plastiekjes van dierfiguren. Antoine Verschuuren schrijft in ESKAF Eerste Steenwijker Kunst- en Aardewerk Fabriek 1919-1934: “… Deze beeldjes zijn uitzonderlijk te noemen, zeker wanneer we ze vergelijken met de plastiekjes die eind jaren twintig in Gouda op de markt kwamen. De figuurtjes van Krop zijn veel plastischer en lijken eerder kleine beeldhouwwerkjes.”

bron: ESKAF Eerste Steenwijker Kunst- en Aardewerk Fabriek 1919-1934

Aapje – Steenwijk (ESKAF – modelnr. 105)

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1920

geglazuurd aardewerk, 8,5 cm.

Bijzonder tussen de schalen, potten en vazen van Hildo Krop, die hij ontwierp voor de ESKAF in Steenwijk, zijn de kleine plastiekjes van dierfiguren. Antoine Verschuuren schrijft in ESKAF Eerste Steenwijker Kunst- en Aardewerk Fabriek 1919-1934: “… Deze beeldjes zijn uitzonderlijk te noemen, zeker wanneer we ze vergelijken met de plastiekjes die eind jaren twintig in Gouda op de markt kwamen. De figuurtjes van Krop zijn veel plastischer en lijken eerder kleine beeldhouwwerkjes.”

bron: ESKAF Eerste Steenwijker Kunst- en Aardewerk Fabriek 1919-1934

Gevelsteen (ESKAF)

vrouwfiguur met kind op de arm, geflankeerd door twee mannen
ca. 1920 (ontwerp)

gebakken aardewerk, 45,7 cm

Naast de uit tegelvormige elementen samengestelde bouwaardewerk, ontwierp Hildo Krop voor de Steenwijkse ESKAF-fabriek ook meer sculpturale bouwkeramiek. Bekende ontwerpen zijn onder meer de timpanen aan de gevel van de Rietschool in Almelo (B35), de gevelversiering aan het voormalige postkantoor in Steenwijk (B25) en het voormalige Administratiegebouw van de Gemeentetram in Amsterdam (B31).

In maart 2010 werd deze tot dan toe onbekende gevelsteen, naar ontwerp van Krop, aangeboden door Botterweg Auctions. In de klei staat ‘Eskaf Steenwijk’ gekrast.

foto’s: botterweg auctions

Niet bekend is of deze keramische gevelsteen ooit is toegepast in een bouwwerk.

bronnen: Botterweg Auctions, 2010;  ESKAF Eerste Steenwijker Kunst- en Aardewerk Fabriek 1919-1934, Wim Spitzen , Antoine Verschuuren, 2000

Balletdanseres

particuliere collectie

ca. 1950

foto’s: j. rethmeier

geglazuurd gepolychromeerde keramiek

Een particuliere verzamelaar stuurde aan het Hildo Krop Museum enkele foto’s van het keramische danseresje. Dit beeldje werd in 1972 op de herdenkingstentoonstelling Mak van Waay, Amsterdam getoond onder catalogusnummer 187.

Bord met reliëf van hurkende naakte vrouw – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1953

wit geglazuurd aardewerk, Ø 15 cm

Dit bord met de voorstelling van een hurkende naakte vrouw is niet onbeschadigd uit de oven van Hildo Krop gekomen. Door een te heet bakproces zijn er enkele barsten ontstaan.
Krop vond het aantrekkelijk om gedurende het bakken van keramiek te experimenteren, waardoor er bijzondere kunstwerken ontstonden. Zijn experimenteerdrift sloeg soms op hol, waardoor deze manier van werken ook veel ‘misbaksels’ opleverden.
Deze schaal vond Krop waarschijnlijk te goed om weg te doen. Hij heeft tot aan zijn dood in 1970 in zijn atelier gelegen.

Jager met hond – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1947/48

polychroom geglazuurde keramische schaal op drie pootjes, Ø 31,5 cm
met afbeelding van een jager met zijn hond omgeven door wild

Het plaatsen van dieren in een cirkel, zoals hier op de rand van de schaal, heeft Krop vaker toegepast – zie de plafondplaat uit 1922 (Me36).

Springend hertje – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1947/48

polychroom geglazuurde keramische kom, Ø 18 cm

Dit bord met opstaande rand op pootjes heeft op de bodem een blauw gekleurd hertje omgeven door krullen en een gebladerd takje.

Ook hier greep Krop terug op zijn geliefd thema ‘Herten en gazellen’. Met slechts enkele penseelstreken zet hij meesterlijk het hertje op de schaal.

schaal Europa en de stier – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1953

polychroom geglazuurde keramische schaal, Ø 37 cm

Volgens de Griekse mythologie was de jonge Europa, een Fenicische prinses, eens met haar vriendinnen aan het spelen op het strand in de buurt van Sidon, toen de oppergod Zeus zijn oog liet vallen op het meisje. Om het meisje met zijn goddelijke verschijning niet af te schrikken, veranderde Zeus zich in een witte stier. Toen Europa spelenderwijs op de rug van het vriendelijk voordoende dier was geklommen, liep hij met haar de zee in en zwom in één stuk door naar het eiland Kreta, zijn geboorteplaats. Daar aangekomen vertoonde hij zich in zijn ware gedaante en verkrachtte het meisje, waarna hij naar zijn vrouw op de Olympus terugkeerde. Europa baarde Minos, de latere koning van Kreta.

Door de eeuwen heen heeft deze klassieke mythe veel kunstenaars geïnspireerd, zo ook Hildo Krop. Hij heeft naast deze schaal ook een terracotta beeldje met het zelfde thema gemaakt (V166).

Schaal – circusact -Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1947

Geglazuurde polychrome keramiek, Ø 25,5 cm

Op 3 december 1887 werd aan de Amsterdamse Amstel het circusgebouw  van Oscar Carré in gebruik genomen. Dit ging gepaard met een ‘Groote Parade Gala Openingsvoorstelling in de Hoogere Rijkunst, Paardendressuur en Gymnastiek’. Dit prachtige stenen circustheater was meteen een groot succes. Elke avond bood het theater Carré een circusvoorstelling die klonk als een klok, waar sterren optraden uit alle delen van de wereld. Na de dood van Oscar Carré in 1911, verdwijnt het circus uit het theater Carré en maakt plaats voor een ander volksvermaak in allerlei vorm: variété, revue, opera, operette en volkstoneel. Maar met de komst in 1941 van het wintercircus Strassburger, keert het circus terug in Carré. Dit circus was vooral in de periode nà de oorlog populair, maar aan het eind van de jaren vijftig kwam er steeds minder publiek met tot gevolg dat het circus uiteindelijk in1962 stopte met de voorstellingen.

Hildo Krop woonde vanaf 1924 tot 1966 aan de Amstel nr. 57, slechts 3 minuten lopen van Carré. Het lijkt dan ook zeer waarschijnlijk dat Krop, die behept was met een zekere fascinatie voor paarden, wel eens (of zelfs meerdere keren) een bezoek heeft gebracht aan het Wintercircus.

Eind jaren veertig ontstonden er een serie tekeningen die het circus als onderwerp hebben. Om te beginnen een tekening van 52×55 cm op karton met circusfiguren die hij inkleurde met ecoline. Het is deze tekening die hij gebruikte als voorbeeld voor een keramische schaal met een paard, een acrobate, een clown en de circusdirecteur. Zoals met veel keramisch werk van Krop, bleef hij experimenteren tijdens het bakproces. Zo ook met deze schaal. Door een waarschijnlijk net te lang bakproces is er een breuklijn ontstaan van de linker bovenkant tot aan de rechter onderkant van de schaal. Deze breuklijn heeft hij weer enigszins hersteld met glazuur, waarna hij de schaal opnieuw bakte. Hierbij ontstond er een licht kleurverschil (zie detail).

De gipsen mal voor deze schaal is ook te vinden in de collectie van het Hildo Krop Museum.

Een andere tekening , ook op karton – 60×60 cm, laat een hele serie circusfiguren zien. Deze schets is mogelijk bedoeld als een ontwerp voor een serie tegels of een tegeltableau met dit onderwerp.

bron: De helden van het circus – Teylers Museum, 2006

schaal De Blanken / Krop – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1941-42

lichtblauw geglazuurde keramiek, Ø 37,5 cm

Het Hildo Krop Museum bezit een bijzondere schaal gedraaid door de pottenbakker Gerrit de Blanken (1894-1964) uit Leiderdorp. Op de bodem van deze schaal bevindt zich een ingedrukt/ gestempeld reliëf van Hildo Krop.

Enkele jaren nadat het stadhuis van Leiden in 1929 door brand was verwoest, werd begonnen met de herbouw. Ook Krop werkte aan deze restauratie mee. Hij verzorgde het beeldhouwwerk van de hoofdentree aan de Vismarkt (B101) en in de hal vóór de Burgerzaal (B115). Vooral het werk in deze hal is interessant in het kader van de keramische schaal.

Krop was niet de enige beeldhouwer die bij deze restauratiewerkzaamheden was betrokken. Diverse kunstenaars werden ingeschakeld, waaronder Frits van Hall, Mari Andriessen,  M.C. Escher en wellicht Gerrit de Blanken. Mogelijk dat Krop langs deze weg wederom in contact met De Blanken was gekomen. Opnieuw, want geheel onbekend waren ze namelijk niet voor elkaar. Eind jaren twintig hadden ze twee keer deelgenomen aan groepsexposities in Den Haag en Rotterdam. Over de hernieuwde kennismaking van de beide kunstenaars is verder weinig  bekend. Dat deze wel degelijk heeft plaats gevonden, blijkt uit de lichtblauw geglazuurde schaal van De Blanken en het onmiskenbare reliëf van Krop: een naakte, klassiek aandoende vrouwfiguur met een hertje en bloemranken. Deze bloemranken komen overigens ook voor in de hal vóór de Burgerzaal van het Leidse stadhuis. Voor de glazen cassetten van het tongewelf in deze hal heeft Krop smeedijzeren bloemranken ontworpen met een sterke gelijkenis aan de bloemranken op de schaal.

De onderzijde van de schaal signeerde De Blanken met hun beider namen. Bovendien merkte hij de schaal met nr. 1 waaruit is af te leiden dat het de bedoeling was dat er meer zouden volgen. Omdat nader onderzoek in dezen tot op heden niets heeft opgeleverd, kunnen we er van uit gaan dat hier sprake is van een unieke schaal.

bron: Wim Heij, Hildo Krop-Keramiek, 2015

Drie reliëfs – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1947

Drie polychrome keramische reliëfs ,
a. een staande man, 14 x 7 cm
b. een liggende man, 14 x 6,5 cm
c. een liggende vrouw, 16 x 7 cm

Deze drie reliëfs zijn voorstudies voor het Haagse oorlogsmonument voor de gevallen werknemers van het PTT-bedrijf (Mo32) uit 1947-48. Aan de voet van het monument bevindt zich een beeldengroep van een liggende vrouw en een liggende man, zij symboliseren de oorlogsslachtoffers met daarboven op een hoge zuil een wijdbeens staande man, de verpersoonlijking van de herrijzenis.

De keramische studies werden voor het eerst tentoongesteld op de herdenkingstentoonstelling ‘Hildo Krop 1884-1970 – beeldhouwer en ceramist’, welke in 1984 werd gehouden bij Kunsthandel G.J. Scherpel in Den Haag.

In het depot van het Hildo Krop Museum liggen de gipsen mallen van de studies en bovendien vier bronzen afgietsels. Het vrouwfiguur, het mannenfiguur met opgetrokken been en twee maal dezelfde wijdbeens staande man. Omdat het niet bekend was of Krop zelf de reliëfs in brons heeft gegoten werd aan Krops’ laatste assistent Henk Oddens gevraagd of hij wist of Krop ooit zelf werk in brons heeft gegoten. Volgens Oddens heeft Krop deze techniek nooit heeft gebezigd. Wel heeft Oddens zelf in de jaren zestig in het atelier aan de Plantage Muidergracht enkele kleine werken van Krop, waarvan mallen bestonden, in brons gegoten. Waarbij mag worden aangenomen dat het gaat om de hierbij afgebeelde bronzen.
Naast deze drie (plus één) reliëfs, blijkt er in ieder geval nog één extra onderdeel van deze afgietsels te bestaan. In november 2018 werd er namelijk een bronzen reliëf van de liggende man met opgetrokken knie aangeboden bij Botterweg Auctions, Amsterdam, met de omschrijving:
‘Bronzen ornament “Staande man”, ontwerp & uitvoering Hildo Krop, in eigen atelier / Amsterdam ca.1925’, waarbij de titel en de datum dus niet kloppen.

Dat Krop de studies geslaagd vond blijkt uit het feit dat hij in 1948 deze figuren gebruikte voor een  urn (V140).

bronnen: catalogus Herdenkingstentoonstelling Hildo Krop 1884 – 1970 Beeldhouwer en ceramist, Kunsthandel G.J. Scherpel B.V., Den Haag, 1984;
website Botterweg Auctions, Amsterdam (veilingdatum: 4 november 2018)
Henk Oddens , 2018

De Tribune – 25-jarig jubileum

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1932

reliëf, brons, 65 cm

Voor het 25-jarig jubileum van het communistische tijdschrift De Tribune in 1932 maakte Hildo Krop een bronzen reliëf. Op het reliëf staan drie figuren: in het midden een vrouw met een hamer en sikkel, rechts een man met een vaandel en links een krantenverkoper met De Tribune in zijn hand. Daaromheen in een boog de tekst: 25 jaar leering en stryd voor het communisme.

De plaquette heeft jarenlang in het trappenhuis van Felix Meritis aan de Amsterdamse Keizergracht gehangen. Van 1947 tot 1981 had de CPN haar hoofdkantoor in het pand. Ook was de redactie en drukkerij van het dagblad De Waarheid hier gevestigd.

Lange tijd was niet bekend waar dit bronzen reliëf zich bevond. Tot het Hildo Krop Museum in juni 2022 een e-mail kreeg van Ton Smeets, de laatste directeur van de voormalige drukkerij ‘De Waarheid’ van de Communistische Partij Nederland, gevestigd in Felix Meritis. Hij was samen met Martin Veltman bestuurslid van de uitgeverij ‘Stichting Bepenak’ (Bevordering Pers Nederland Arbeidersklasse). Zij lieten weten dat zij bij het vertrek van de drukkerij uit Felix Meritis het bronzen paneel vanwege zijn historische waarde in beheer hadden genomen. Doordat een journalist onderzoek deed naar het communisme in Nederland en op de pagina van het Digitaal Kenniscentrum van het Hildo Krop Museum terecht kwam, waar genoemde plaquette was afgebeeld, ging het balletje rollen. De journalist herkende het bronzen paneel.  Hij kwam vaak bij Veltman die ook zo’n ‘ding’ had staan. Hij stuurde een mail naar Martin Veltman om ze te wijzen op het feit dat bij het Hildo Krop Museum niet op de hoogte was van de verblijfplaats van het paneel. Martin Veltman wist niet dat het ging om een werk van Hildo Krop en was blij verrast. Omdat hij vond dat hij al lang genoeg naar het werk had gekeken, besloot hij het te schenken aan het Hildo Krop Museum.

De Tribune was een voorloper van het communistische dagblad De Waarheid en verscheen voor het eerst op 19 oktober 1907 als weekblad van de marxistische oppositie binnen de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP). De oprichters en redacteuren van het weekblad, David Wijnkoop, Jan Ceton en Willem van Ravesteyn, waren het niet eens met het partijbeleid. Ze waren tegen de ‘bourgeoise-weg’ die de partij was gaan bewandelen. Ook schreven ze in felle bewoordingen dat de SDAP zich te slap opstelde ten aanzien van de werktijden van de arbeiders. De SDAP vond de eis voor een tien-urige werkdag te ver gaan. De radicalen wilden zelfs een werkdag van acht uur. Ook het pleidooi van de oppositie om pensioenen voor de arbeiders in te stellen, was helemáál onbespreekbaar. Nadat de redactieleden van De Tribune in 1909 op het Deventer-congres uit de SDAP geroyeerd waren, ging het blad verder als uitgave van de door geroyeerde leden nieuw opgerichte partij Sociaal-Democratische Partij (SDP). In 1918 veranderde de SDP haar naam in de Communistische Partij Holland (CPH) en in 1935 in de Communistische Partij van Nederland (CPN).

Hildo Krop stond ook niet langer achter de koers van de SDAP en verliet uiteindelijk in 1918 de partij. In het socialistische dagblad Het Volk, de speekbuis van de SDAP, stond een oproep om de negende Duitse oorlogslening te steunen. Dat was voor de principiële pacifist Krop een stap te ver.

Voor het blad De Tribune  maakte Krop jarenlang houtsneden. Dit waren prenten met een politieke lading. Eén keer was De Tribune zelf onderwerp van zo’n politieke prent van Krop, toen er in juli 1934 in de Jordaan opstand uitbrak tegen de steunverlaging. Politie en het leger traden hard op tegen de demonstranten. Bij dit ‘Jordaan-oproer’ vielen vijf doden en er waren meer dan 41 gewonden. Bijeenkomsten en demonstraties werden verboden. De Tribune, die uiteraard achter de arbeiders stond, kreeg een tijdelijk verschijningsverbod. De politie bezette de drukkerij en de persen werden verzegeld.

bronnen: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam; Amsterdamse Stadsarchief; wikipedia; www.sp.nl/tribune/2007; Ton Smeets; Martin Veltman;

V 150 – ‘Grote Vlucht’

Museum Het Schip, Amsterdam

1951

geglazuurde polychrome keramiek, 24 cm

In 1951 maakte Hildo Krop dit vrouwfiguur met haar handen tegen haar hoofd en een draperie over haar rechter arm.

Hij noemde dit werk ‘Vlucht’ of ‘Grote Vlucht’.

Staande man met omhoog gestrekte arm – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1947-49

polychroom geglazuurde keramiek, 21 cm

Een bijzonder plastiekje is deze man met opgeheven arm en een hond (vosje?) aan zijn voeten en op zijn rechter heup een aantal vanuit zijn lies omhoog vliegende vogels. Hebben we hier te maken met een mens, staande in de natuur? De symboliek van Hildo Krop is toch al vaak moeilijk te doorgronden, maar bij dit werk wordt het wel erg gissen. Hier komt nog eens bij dat Krop met zijn keramiek constant aan het experimenteren was. Drie keer, vier keer, soms wel zes keer terug in de oven en steeds weer met een nieuwe laag glazuur, waardoor de geboetseerde lijnen vervaagden.  Het beeldje werd waarschijnlijk gemaakt eind jaren veertig, een periode waarin Krop met veel kleine keramiekwerkjes bezig was. Deze bezigheid was een welkome afleiding en het hield zijn creatieve geest scherp in een tijd waarin hij verschillende grote oorlogsmonumenten ontwierp en uitwerkte.

Het beeldje komt uit de inventaris van het atelier van Krop en is een onderdeel van de collectie van het Hildo Krop Museum.

V 133 – Portret van de heer H.F.Ph. de V. (Vries)

verblijfplaats onbekend

1944 – 45

foto RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis

brons, 36 cm

In de oeuvre catalogus Hildo Krop van mevr. Lagerweij-Polak wordt bij dit item V 133 – Portret van de heer  H.F.Ph. de N. (Nies) genoemd. Op de website van de RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, waar ook bovenstaande foto geplaatst is, wordt de naam gespeld als H.F.Ph. de Vries. Deze laatste naam lijkt meer aannemelijk, omdat de foto blijkt te komen uit de collectie van de heer en mevrouw D. H. Franssens – de Vries.

Van dit portret zijn geen verdere afbeeldingen bekend. Meer informatie over deze H.F.Ph. de Vries is niet aanwezig.

V 128 – Portret van de heer H.v.d.E. (Herman van den Eerenbeemt)

verblijfplaats onbekend

1943 – 44

foto: hildo krop museum, steenwijk

brons, 35 cm

In de oorlogsjaren was Hildo Krop geen lid van de Kultuurkamer. Dit instituut was door de Duitse bezetter ingesteld om de kunstwereld onder strenge controle te houden en waar nodig te censureren. Het niet tekenen voor het lidmaatschap had voor Krop tot gevolg dat hij zijn beroep van beeldhouwer niet meer kon uitoefenen. Ondanks het gebrek aan materialen kon Krop toch in die jaren zo af en toe illegaal aan opdrachten werken.
Voor het portret dat hij in 1943-44 maakte van Herman van den Eerenbeemt zal Krop waarschijnlijk geen geld ontvangen hebben. In deze jaren was het betalen in natura, zoals voedsel, brandstof of in materialen, het meest voor de hand liggende betaalmiddel.

foto: persoonlijkheden in het koninkrijk der nederlanden in woord en beeld

Herman August Leo van den Eerenbeemt (1890 – 1951) was directeur van de N.V. van Munster’s drukkerijen en directeur van de N.V. van Munster’s uitgeversmij. te Amsterdam. Hij schreef toneelstukken (o.a. „Judith”, heldenspel in verzen; „Quadrille”; „Samson”, treurspel in rhytmisch proza; „Malmström”). Daarnaast was hij regent van het museum Amstelkring; voorz. van „Humanitas”; penningmeester van de stichting Nederlandsche beeldende kunsten in Buitenlandsche musea; voorzitter van de jubileumcommissie bij het 50-jarig bestaan van Het Concertgebouw.

De verblijfplaats van het bronzen portret is niet bekend.

bron: www.bossche-encyclopedie.nl

V 70 – portretbuste van mevrouw S.S. (Sillevis Smitt) – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1928

2 ex. terracotta, 51 cm

In 1928 maakte Hildo Krop een portretbuste in terracotta van mevrouw Sillevis-Smitt. Dit ingetogen portret van deze dame met kort golvend haar, waarvan één van de twee exemplaren aanwezig is in de collectie van het Hildo Krop Museum, was ook te zien op de jubileumtentoonstelling in 1934 in het Stedelijk Museum in Amsterdam ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Krop.

Wie de dame in kwestie is, is tot op heden niet opgehelderd.

bron: Hildo Krop Portretten, Wim Heij, 2011

V 132 – Portret mevrouw E.H. S.-K. (Schuil-Klein)

verblijfplaats onbekend

1944-45

foto: hildo krop museum, steenwijk

brons, 39,5 cm

Eliane H Klein was geboren te Antwerpen op 26 mei 1918 en trad in 1942 in het huwelijk met Barend Scholten (1903-1957). Gedurende de 2e Wereldoorlog woonden ze op de Apollolaan 95 in Amsterdam.  Eliane was een sportvrouw en werd in 1950 en in 1954 Nederlands kampioen tennis (damesdubbel).

Aanleiding voor het maken van de portretkop door Hildo Krop was dat haar echtgenoot Barend Scholten bevriend was met de beeldhouwer. Zowel Scholten als Krop zaten gedurende de oorlog in het verzet, waarbij Barend Scholten actief was in de illegale voedseldistributie. Uit vriendschap, maar ook als dank voor voedsel  dat Krop gedurende de winter 1944/45 kreeg, heeft Krop deze portretkop gemaakt.

In 1959 is Eliane hertrouwd met de heer J. Schuil, een binnenhuis- en scheepsarchitect te Rotterdam. Op 13 oktober 2005 overleed Eliane Schuil – Klein op 87 jarige leeftijd.

foto’s hildo krop museum, steenwijk

Twee babbelende Joodse vrouwen – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1910

gips, 14,5 cm

Dit vroege werkje van Hildo Krop heeft thematisch veel weg van de beeldjes met volkse scenes die Joseph  Mendes da Costa rond 1900 maakte. Opvallend is hoe expressief de nog jonge Krop deze figuren neerzette. Ook aardig aan dit gipsen beeldje is dat het kopje van de linker vrouw dezelfde karikaturale uitdrukking bezit als die van Tom Schilperoort, een gipsen reliëf van Krop uit dezelfde tijd (zie reliëfportret Tom).

Van dit kleine plastiek bestaat ook een bronzen afgietsel, zo blijkt uit een afbeelding op internet.

Staand vrouwelijk naakt met handen vrij voor de borst – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1950

gips, 105 cm

Vlak na de Tweede Wereldoorlog kwam er in het woonhuis aan de Plantage Muidergracht, op het erf waar Hildo Krop zijn werkplaats had, een nieuw gezin wonen. Dit grote huis, eens het woonhuis van Krop zelf, stond leeg en werd toegewezen aan een gezin met tien kinderen, de familie Post. Eén van de kinderen schreef in zijn herinneringen over de tijd dat hij op het erf van Krop woonde: “Regelmatig zagen wij de mooiste vrouwen van Nederland onze woonkamer passeren. Miss Holland hebben we gezien en de mooiste top modellen die de Nederlandse Academie van Schone Kunsten maar kon krijgen poseerden voor Hildo Krop.”

Deze gipsen studie van een vrouwelijk naakt is een van de vele naakten welke Hildo Krop in die periode maakte.  Het is niet bekend of Krop deze studie heeft uitgewerkt.       

bron: Verhalen over Krop als buurman, Kees Post, ca. 1955

V 63 – Tuinman

verblijfplaats onbekend

1927 – 28

foto’s: Piet Hendriks

brons, 17,5 cm

Voor grote projecten maakte Hildo Krop regelmatig maquettes om te kunnen beoordelen of zijn beeldhouwwerk goed van afmeting was. Om de schaal goed te kunnen beoordelen maakte hij er dan gipsen mensfiguurtjes bij, soms in meerdere variaties. Deze figuurtjes gebruikte hij vaak voor meerdere maquettes. Deze miniatuurtje zijn weinig uitgewerkt. Ze dienden uitsluitend om te kunnen bepalen of een maquette de juiste maten had. Deze kubistische werkjes zijn echter in hun eenvoud zo karakteristiek en treffend, dat geen sprake is van ‘slechts modelletjes’, maar dat we hier te maken hebben met kunstplastieken.   Sommige van deze figuurtjes vond Krop dermate geslaagd dat hij ze in brons liet gieten.